Onderwerp 1: Het proces achter het FOOD RESCUE curriculum

Het FOOD RESCUE leerplan volgt zes fasen (We leren / We onderzoeken / We bedenken / We maken / We plannen / We komen in actie) door de drie stadia te doorlopen:

Inspiratie opdoen

Kennismaken met de klimaatverandering, het thema voedselverspilling/redding en inspiratie opdoen.

Prototype maken

Brainstormen over mogelijke oplossingen voor voedselverspilling, de beste kiezen en een prototype maken om een tastbare oplossing te maken.

In actie komen

De strategie bepalen en een campagne opzetten om meer mensen tot actie te inspireren.

Het proces van dichtbij bekijkenWanneer het allemaal samenkomt

Het ontwikkelde FOOD RESCUE curriculum volgt zes fasen (We leren / We onderzoeken / We bedenken / We maken / We plannen / We komen in actie) door de drie stadia te doorlopen:

Tijdens dit stadium laten leerkrachten de leerlingen kennismaken met wat Klimaatverandering is en hoe het in verband staat met voedselverspilling – met behulp van verschillende middelen en materialen.

Aan het einde van deze fase zouden de leerlingen moeten kunnen begrijpen dat voedselverspilling een belangrijke problematiek van onze tijd is, met ecologische, economische en sociale gevolgen.

Met dat inzicht kunnen leerkrachten hun leerlingen inspireren met voorbeelden van bestaande initiatieven en activiteiten die reeds werken in de richting van het aanpakken van voedselverspilling.

Tijdens dit stadium is het belangrijk om de leerlingen te laten nadenken over wat ze in het eerste stadium hebben geleerd. Ze gaan in kleinere groepjes brainstormen en ideeën bedenken voor hun eigen oplossingen om voedsel te besparen of voedselverspilling tegen te gaan. In dit stadium is het belangrijk om de leerlingen zelfstandig te laten werken, zich voor te stellen en te ontwerpen vanuit hun eigen perspectief, waarbij volwassenen (leerkrachten en ouders) de rol van passieve adviseurs op zich nemen.

De prototypes worden gepresenteerd en getoond aan een breder publiek – in ieder geval aan de hele groep leerlingen en leerkrachten.

In de laatste fase ondernemen de leerlingen actie en worden ze actieve deelnemers aan hun lokale gemeenschap. Dit is een manier om een beter beeld te krijgen van participatie en om gegevens te verzamelen van en voor hun omgeving over het probleem van voedselverspilling.

Jongerenparticipatie is belangrijk omdat jongeren de toekomst vormgeven. Als ze betrokken worden bij besluitvormingsprocessen, kunnen ze hun perspectieven en behoeften inbrengen en er zo voor zorgen dat beslissingen beter zijn afgestemd op de behoeften van de jongere generatie. Bovendien bevordert jongerenparticipatie in politieke processen hun politieke vorming en hun begrip van democratische processen.